ECLI:NL:RVS:2018:1331
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bewonersparkeervergunning wegens vergunningenplafond
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft op 16 november 2015 de bewonersparkeervergunning van de wederpartij ingetrokken wegens een vergunningenplafond van nul in het betreffende deelvergunninggebied. Het bezwaar van de wederpartij werd door het college ongegrond verklaard, maar de rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit en stelde het college in de gelegenheid een nieuw besluit te nemen.
Het college handhaafde het besluit op bezwaar op 2 augustus 2017 met drie gronden: het vergunningenplafond van nul, de toepasselijkheid van artikel 9 van Pro het Uitwerkingsbesluit 2016, en het feit dat de wederpartij over een stallingsplaats zou kunnen beschikken. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het college niet bevoegd is de vergunning in te trekken vanwege het vergunningenplafond, omdat dit niet als zelfstandige intrekkingsgrond geldt volgens de Parkeerverordening 2013.
Verder stelt de Afdeling dat de beperking van het aantal te verlenen vergunningen per zelfstandige woning in het Uitwerkingsbesluit 2016 onverbindend is, omdat het college niet bevoegd is om de bevoegdheid tot het verlenen van vergunningen in te perken. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de stallingsplaatsen nabij de woning van de wederpartij als zodanig kunnen worden aangemerkt. Het besluit op bezwaar van 2 augustus 2017 is daarom in strijd met de zorgvuldigheid en wordt vernietigd.
De Afdeling draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen en bepaalt dat tegen dit nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit op bezwaar tot intrekking van de bewonersparkeervergunning wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.