ECLI:NL:RVS:2018:1353
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering parallelhandelsvergunningen wegens onvoldoende gelijkheid met referentiegeneesmiddelen
NV International Pharmaceutical Services (IPS) verzocht om parallelhandelsvergunningen voor vier geneesmiddelen (Diclofenac, Adapaleen, Fusidinezuur en Tibolon) die in Frankrijk en België zijn toegelaten. Het College ter beoordeling van geneesmiddelen weigerde deze vergunningen omdat niet kon worden vastgesteld dat de geneesmiddelen gelijk of nagenoeg gelijk zijn aan de Nederlandse referentiegeneesmiddelen, wat een vereiste is volgens artikel 48 van Pro de Geneesmiddelenwet.
IPS maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat het College zorgvuldig had gehandeld en dat de verschillen tussen de geneesmiddelen en de referentiegeneesmiddelen niet konden worden uitgesloten als risico voor de volksgezondheid. IPS stelde dat het beoordelingskader onjuist was en dat het College onterecht afweek van de beoordelingen van de Franse en Belgische autoriteiten.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het College mag een eigen beoordeling maken of de geneesmiddelen gelijk of nagenoeg gelijk zijn aan de referentiegeneesmiddelen, waarbij de bescherming van de volksgezondheid voorop staat. De verschillen in hulpstoffen en samenstelling die het College constateerde, en de onvoldoende gevalideerde in-vitro modellen, rechtvaardigen de weigering van de vergunningen. De bewijslast ligt bij IPS om aan te tonen dat aan de criteria is voldaan. Het hoger beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van IPS wordt ongegrond verklaard en de weigering van de parallelhandelsvergunningen wordt bevestigd.