ECLI:NL:RVS:2018:1499
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek
Appellant diende bij het college een Wob-verzoek in voor openbaarmaking van documenten over de IT-voorzieningen van de gemeente, met verzoek om een dwangsom wegens het niet tijdig nemen van een besluit. Het college reageerde met een brief waarin werd gesteld dat het verzoek niet via de elektronische weg kon worden ingediend, waardoor volgens het college geen formeel Wob-verzoek was ingediend en de beslistermijn niet was gestart. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk en wees een beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde de Afdeling bestuursrechtspraak vast dat het Wob-verzoek zeer omvangrijk en onduidelijk was geformuleerd en bij veel overheidsorganisaties was ingediend. De gemachtigde van appellant was nauw betrokken bij het opstellen en indienen van de verzoeken en de organisatie van de procedures, en had een commerciële relatie met appellant. De website waarop de verkregen informatie werd gepubliceerd was beperkt van inhoud en bood geen analyse.
De Afdeling concludeerde dat het Wob-verzoek niet was ingediend met het doel om kennis te nemen van overheidsinformatie, maar om via procedures zoveel mogelijk proceskostenveroordelingen en dwangsommen te verkrijgen. Dit gebruik van het recht werd aangemerkt als misbruik van recht, wat leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep. Daarmee werd het beroep van appellant afgewezen zonder inhoudelijke behandeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht bij het indienen van het Wob-verzoek.