ECLI:NL:RVS:2018:1501
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek
Het college van burgemeester en wethouders van Oisterwijk wees een Wob-verzoek van een burger af, waarna deze bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van het college. Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het Wob-verzoek onduidelijk en veelomvattend was en dat het verzoek niet was ingediend met het doel kennis te nemen van overheidsinformatie, maar met het oog op het verkrijgen van proceskostenvergoedingen en dwangsommen. De gemachtigde van de burger was intensief betrokken bij het opzetten van een project waarbij meerdere Wob-verzoeken bij tientallen gemeenten werden ingediend.
Gelet op de omstandigheden, waaronder de financiële situatie van de burger en de wijze van machtiging aan de gemachtigde, concludeerde de Afdeling dat sprake was van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht en misbruik van recht. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd de burger veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.002,00.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht en de eiser wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.