ECLI:NL:RVS:2013:1789
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- N.S.J. Koeman
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over handhaving bouwvergunningsvrije schuur
Het geschil betreft een verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen een zonder bouwvergunning opgerichte schuur op het perceel van een derde te Oosthuizen. Het college wees dit verzoek aanvankelijk af, maar trok deze afwijzing later in en startte een handhavingsprocedure waarbij de schuur werd verkleind tot 30 m², waardoor deze volgens het college aan het Besluit bouwvergunningsvrije bouwwerken (Bblb) voldeed.
De rechtbank vernietigde het besluit van het college wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit en de brief van het college in stand. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, maar dit werd kennelijk ongegrond verklaard. Na verzet werd het hoger beroep alsnog inhoudelijk behandeld.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank terecht heeft beoordeeld of de schuur ten tijde van het besluit aan het Bblb voldeed, ook al gold op het moment van de uitspraak een ander besluit (Besluit omgevingsrecht). Dit is in lijn met het rechtszekerheidsbeginsel om te voorkomen dat handhaving achteraf onmogelijk wordt door gewijzigde wetgeving.
Verder is vastgesteld dat de schuur, hoewel gebruikt voor het stallen van een kraantje ten behoeve van een grondverzetbedrijf, objectief gezien strekt tot vergroting van het woongenot, aangezien het gebruik direct gerelateerd is aan de woonfunctie en niet in strijd is met de gebruikelijke woonbestemming.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.