ECLI:NL:RVS:2018:2005
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwstop en dwangsom wegens overtreding omgevingsvergunning in Veenendaal
Het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal legde op 22 juli 2015 een bouwstop op aan appellant wegens bouwwerkzaamheden die afweken van de verleende vergunning. Appellant had zonder vergunning vijf zelfstandige woonunits gerealiseerd in plaats van één woning met berging. Ondanks de bouwstop werden werkzaamheden voortgezet, waarop het college dwangsommen oplegde en invorderde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de wijzigingen vergunningvrij waren en dat de bouwstop niet duidelijk was, omdat ook niet-vergunningplichtige werkzaamheden werden verboden. Tevens stelde hij dat werkzaamheden door een toekomstige huurder buiten zijn medeweten waren verricht en dat het college onzorgvuldig had gehandeld door hem niet telefonisch te informeren.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat sprake was van een wijziging van de draagconstructie en dat de bouwstop duidelijk was gericht op het staken van alle werkzaamheden. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en de stelling dat werkzaamheden buiten zijn medeweten waren verricht, faalden. Ook het verwijt van onzorgvuldigheid werd verworpen. Nieuwe betogen over matiging van dwangsommen werden niet in behandeling genomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep van appellant.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de bouwstop en invordering van dwangsommen wegens overtreding van de omgevingsvergunning.