ECLI:NL:RVS:2018:2031
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot zorgtoeslag wegens ontbreken zorgverzekering in 2016
Appellant ontving in 2016 voorschotten zorgtoeslag die door de Belastingdienst/Toeslagen zijn herzien en op nihil gesteld omdat hij van 8 januari tot 27 december 2016 niet zorgverzekerd was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat geen recht op zorgtoeslag bestond zonder betaalde premie voor een zorgverzekering.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het terugvorderen van de toeslag en de bijkomende kosten een aantasting van zijn eigendom vormen volgens artikel 1 van Pro het Eerste Protocol EVRM en dat het discriminatieverbod van artikel 26 IVBPR Pro werd geschonden. De Afdeling verwierp deze bezwaren: een voorschot is geen 'eigendom' in de zin van het EVRM en er is geen ongerechtvaardigd onderscheid omdat het recht op zorgtoeslag gekoppeld is aan het hebben van een zorgverzekering.
De Afdeling concludeert dat appellant geen recht had op zorgtoeslag zonder zorgverzekering en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.