ECLI:NL:RVS:2019:716
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihilstelling voorschot kinderopvangtoeslag wegens niet-betaling kosten 2016
Appellant maakte in 2016 gebruik van buitenschoolse opvang voor drie kinderen via twee kindercentra. De Belastingdienst/Toeslagen stelde het voorschot kinderopvangtoeslag over 2016 op nihil wegens onvoldoende bewijs van volledige betaling van de kosten. Appellant voerde aan dat hij de eigen bijdrage had voldaan en dat een betalingsregeling met een kindercentrum bestond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, hetgeen appellant in hoger beroep aanvocht. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het recht op kinderopvangtoeslag vereist dat de vraagouder kan aantonen dat de kosten daadwerkelijk en volledig zijn betaald. Het niet tijdig voldoen van kosten kan alleen worden geaccepteerd indien er een betalingsregeling is getroffen en een deel van de kosten tijdig is betaald.
Uit de stukken bleek dat appellant slechts een deel van de kosten had betaald en dat de betalingsregeling te onbepaald was. Ook het argument dat appellant geen voorschotten over 2015 ontving, ontsloeg hem niet van de betalingsverplichting over 2016. Het beroep faalde daarom. Tevens werd overwogen dat een voorschot geen 'possession' is in de zin van artikel 1 EP Pro EVRM. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.