ECLI:NL:RVS:2018:2065
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete wegens vermeende overtreding Wet arbeid vreemdelingen door zelfstandige inzet
De minister legde aan appellant een boete van €4.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat appellant een vreemdeling van Egyptische nationaliteit werkzaamheden liet verrichten zonder tewerkstellingsvergunning. De vreemdeling werkte bij verschillende tuinbouwbedrijven en zou geen zelfstandige zijn geweest.
Appellant voerde aan dat de vreemdeling als zelfstandige zonder personeel (zzp’er) werkte op basis van een overeenkomst van opdracht en dat de controle door appellant slechts kwaliteitscontrole was, geen gezagsverhouding. Verschillende verklaringen van betrokkenen bevestigden dat de vreemdeling zelfstandig werkte en dat de controle beperkt was tot het eindresultaat.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de bewijslast bij het bestuursorgaan ligt en dat bij twijfel het voordeel van de twijfel aan appellant moet worden gegeven. Gezien de omstandigheden en verklaringen was onvoldoende overtuigend aangetoond dat sprake was van een dienstverband. Daarom werd de boete vernietigd, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van appellant gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt vernietigd omdat niet overtuigend is aangetoond dat de vreemdeling niet als zelfstandige werkte.