ECLI:NL:RVS:2018:2070
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over bewaring vreemdeling wegens Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een vreemdeling op 7 maart 2018 in vreemdelingenbewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring gegrond en hechtte een schadevergoeding toe, omdat de maatregel vanaf 12 maart 2018 op een onjuiste grondslag zou berusten.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat ondanks de vernietiging van een eerder besluit wegens schending van het verdedigingsbeginsel, er concrete aanknopingspunten voor overdracht aan Spanje als bedoeld in de Dublinverordening blijven bestaan. Dit blijkt uit Eurodac-gegevens en eerdere overdrachten.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 19 juni 2018 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard.