ECLI:NL:RVS:2018:2429
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boetes wegens onvergunde omzetting zelfstandige in onzelfstandige woonruimte in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 21 februari 2013 aan drie appellanten bestuurlijke boetes van €96.000 op wegens het zonder vergunning omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte in acht woningen aan de Van Bossestraat.
De rechtbank Amsterdam matigde de boetes tot €86.400 wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar verklaarde de beroepen van de appellanten gegrond. Het college en de appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was het onderzoek te starten en dat geen sprake was van misbruik van bevoegdheid. De appellanten hadden voldoende gelegenheid tot hoor en wederhoor gehad. De rol van appellant sub 1 als medepleger werd bevestigd vanwege zijn cruciale rol in de kamergewijze verhuur.
De Raad verwierp de betogen dat de boetes disproportioneel waren, dat het college misbruik maakte van zijn bevoegdheid of dat het eigendomsrecht werd geschonden. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel faalden. De boetes werden bevestigd en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de bestuurlijke boetes van €96.000 per overtreder wegens het zonder vergunning omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte.