ECLI:NL:RVS:2018:2501
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken actueel belang bij omgevingsvergunning opslagterrein
Het college van burgemeester en wethouders van Medemblik verleende op 19 april 2016 een omgevingsvergunning aan vergunninghouder voor het realiseren en gebruiken van een verhard opslagterrein voor beregeningsbuizen op een perceel te Zwaagdijk-Oost. Appellant, wonende nabij het perceel, maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde beroep in bij de rechtbank Noord-Holland, die het beroep op 1 augustus 2017 ongegrond verklaarde.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de procedure bleek dat de raad van de gemeente Medemblik op 29 september 2016 een herziening van het bestemmingsplan had vastgesteld, waarin de bestemming van het perceel was aangepast en de opslag van beregeningsbuizen was toegestaan. Tegen deze herziening had appellant eveneens beroep ingesteld, dat op 29 november 2017 ongegrond werd verklaard.
Omdat de vergunning nu past binnen het onherroepelijke bestemmingsplan en appellant geen schade of ander belang heeft gesteld, oordeelde de Afdeling dat appellant geen actueel en reëel belang heeft bij het hoger beroep. Hierdoor is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke beoordeling van de gronden.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, op 25 juli 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel en reëel belang.