ECLI:NL:RVS:2018:269
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf na hoger beroep
Bij besluit van 13 mei 2016 wees de staatssecretaris een aanvraag af voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor de vreemdeling. De daaropvolgende bezwaren en het beroep bij de rechtbank werden eveneens ongegrond verklaard. De vreemdeling en de referente stelden in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de referente niet in persoon heeft laten verschijnen om haar standpunt mondeling toe te lichten.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat op grond van artikel 8:56 Awb Pro partijen hun standpunten mondeling moeten kunnen toelichten tijdens een zitting waarvoor zij zijn uitgenodigd. Echter, de rechtbank had vastgesteld dat het niet verschijnen van de referente niet aan de rechtbank was toe te rekenen, maar aan de gemachtigde en de referente zelf. De gemachtigde had onvoldoende feiten gesteld die dit konden weerleggen.
De Afdeling verwierp het bezwaar dat de referente niet in persoon kon verschijnen en oordeelde dat de rechtbank terecht het beroep zonder haar aanwezigheid behandelde. Het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond.