ECLI:NL:RVS:2018:2734
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake kinderopvangtoeslag 2012 wegens onvoldoende bewijs betaling volledige kosten
De Belastingdienst/Toeslagen stelde de kinderopvangtoeslag over 2012 voor wederpartij definitief vast op nihil en vorderde terugbetaling van teveel betaalde voorschotten. Wederpartij had voorschotten ontvangen voor opvang van twee kinderen via een gastouderbureau. De Belastingdienst betoogde dat wederpartij niet had aangetoond dat zij alle kosten had voldaan.
De rechtbank oordeelde dat wederpartij niet het volledige bedrag had betaald, maar dat het onthouden van de toeslag in strijd was met het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank stelde de toeslag vast op een lager bedrag van € 5.498,00. De Belastingdienst ging hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het recht op kinderopvangtoeslag alleen bestaat indien het volledige bedrag aan opvangkosten is betaald. Wederpartij had niet aangetoond dat zij het volledige bedrag had voldaan en het verschil van € 333,80 was geen afrondingsverschil. Contante betaling werd niet erkend vanwege kassiersfunctie. Het hoger beroep van de Belastingdienst werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard omdat niet is aangetoond dat de volledige kosten zijn betaald.