ECLI:NL:RVS:2017:3137
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs betaling kosten
Appellante maakte in 2012 gebruik van buitenschoolse opvang en ontving daarvoor kinderopvangtoeslag in de vorm van voorschotten. De Belastingdienst stelde de toeslag definitief vast op nihil en vorderde het teveel betaalde voorschot van €10.954,00 terug omdat appellante op een informatieformulier had verklaard geen opvang te hebben gehad.
De rechtbank oordeelde dat appellante weliswaar gebruik had gemaakt van opvang, maar niet had aangetoond dat zij alle kosten had betaald. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij voldeed aan de voorwaarden en dat zij het voorschot aan het kindercentrum had doorbetaald, mede gezien het frauduleuze handelen en faillissement van het kindercentrum.
De Raad van State verwijst naar vaste jurisprudentie dat de ontvanger van kinderopvangtoeslag een deugdelijke administratie moet bijhouden en moet aantonen dat de kosten volledig zijn betaald. Uit de stukken bleek dat appellante slechts een deel van de kosten had betaald, met een verschil dat niet als afrondingsverschil kon worden aangemerkt.
De Afdeling oordeelt dat appellante geen aanspraak heeft op een evenredig lagere toeslag bij gedeeltelijke betaling en bevestigt dat het teveel betaalde voorschot terecht is teruggevorderd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €10.954,00 bevestigd.