ECLI:NL:RVS:2021:1948
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.J. Borman
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel na artikel 1F beoordeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluit van 28 oktober 2020 een opvolgende aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit en gaf de staatssecretaris opdracht een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State stelt vast dat de rechtbank onzorgvuldig en ondeugdelijk heeft gemotiveerd door niet te onderkennen dat het aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat hij ondanks inspanningen niet naar een ander land dan Bosnië en Herzegovina kan vertrekken. De rechtbank had onjuist een brief van de minister van Justitie geïnterpreteerd en onterecht de staatssecretaris opgedragen nader onderzoek te doen.
De Raad van State oordeelt dat de vreemdeling niet heeft voldaan aan de bewijslast om een duurzaam uitzetbeletsel aan te tonen, onder meer omdat hij geen serieuze pogingen heeft gedaan Nederland te verlaten en geen contact heeft opgenomen met relevante instanties. Ook faalt het beroep van de vreemdeling dat de weigering disproportioneel zou zijn, omdat daarvoor eerst een duurzaam uitzetbeletsel moet zijn aangetoond.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris gehandhaafd.