ECLI:NL:RVS:2018:2862
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op kinderopvangtoeslag bij niet-betaalde factuur ondanks voorschotten
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het voorschot kinderopvangtoeslag van [wederpartij] over 2016 herzien en op nihil gesteld wegens niet-betaling van de factuur van juni 2016. De rechtbank verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de niet-betaling niet aan haar kon worden tegengeworpen vanwege onzorgvuldigheden van de Belastingdienst in eerdere jaren.
De Belastingdienst stelde hoger beroep in en voerde aan dat de niet-betaling het gevolg was van de betalingswijze van [wederpartij] en niet van het stopzetten van het voorschot. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de wijze van betaling niet aan de Belastingdienst kan worden toegerekend en dat [wederpartij] voldoende middelen had om de kosten te voldoen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van [wederpartij] ongegrond. Er was geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De kinderopvangtoeslag voor februari tot en met juni 2016 werd terecht op nihil gesteld vanwege de niet-betaalde factuur van juni.
Uitkomst: Het beroep van [wederpartij] wordt ongegrond verklaard en het voorschot kinderopvangtoeslag over februari tot en met juni 2016 blijft op nihil gesteld wegens niet-betaling van de factuur van juni 2016.