ECLI:NL:RVS:2018:2282
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- J. Kramer
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag wegens niet tijdige betaling kosten
Appellant ontving in 2015 een voorschot kinderopvangtoeslag voor de opvang van haar kinderen bij een kindercentrum en een gastouder. De Belastingdienst herzag het voorschot en stelde dit op nihil omdat appellant niet kon aantonen dat zij de kosten voor de opvang van haar zoon bij het kindercentrum daadwerkelijk en volledig had betaald.
De rechtbank verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond door te oordelen dat appellant recht had op toeslag vanaf 1 januari 2015 voor haar pleegdochter, maar bevestigde dat zij niet had aangetoond de kosten voor haar zoon volledig te hebben voldaan. Appellant stelde dat zij een betalingsregeling had getroffen in 2015, maar de rechtbank achtte deze regeling te laat om aan het berekeningsjaar te worden toegerekend.
In hoger beroep betoogde appellant dat zij een groot deel van de kosten had betaald en een betalingsregeling had getroffen in 2015. De Afdeling overwoog dat op grond van vaste rechtspraak en wettelijke bepalingen de kosten daadwerkelijk en tijdig betaald moeten zijn om aanspraak te maken op toeslag. Omdat het voorschot hoger was dan de totale kosten en in 2015 volledig was betaald, had appellant de kosten tijdig kunnen voldoen. Het gebruik van het voorschot voor andere doeleinden doet hieraan niet af.
De Afdeling concludeerde dat de latere betaling niet als kosten van 2015 kan worden aangemerkt en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd voor zover aangevallen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.