ECLI:NL:RVS:2018:2864
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening kinderopvangtoeslag 2009 wegens termijnoverschrijding
Appellante heeft in 2009 kinderopvangtoeslag ontvangen voor gastouderopvang. De Belastingdienst/Toeslagen heeft in 2014 het voorschot herzien naar nihil en de toeslag definitief vastgesteld op nihil. Appellante maakte bezwaar tegen de herziening, dat ongegrond werd verklaard. In 2016 verzocht zij om herziening, maar dit verzoek werd afgewezen wegens overschrijding van de vijfjaars termijn zoals bepaald in artikel 5a van de Uitvoeringsregeling Awir.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke bepalingen over herziening van toepassing zijn op besluiten na 31 december 2010 en dat het verzoek van appellante te laat was. Appellante stelde dat zij het besluit op bezwaar van 28 april 2014 nooit had ontvangen en dat de termijnoverschrijding daarom verschoonbaar was. De Afdeling overwoog dat de Belastingdienst aannemelijk had gemaakt dat het besluit was verzonden en dat appellante onvoldoende feiten had gesteld om ontvangst te betwijfelen.
Verder werd geoordeeld dat het verzoek om herziening pas na afloop van de termijn was ingediend en dat de definitieve vaststelling van de toeslag in 2014 onherroepelijk was geworden. De Afdeling bevestigde dat de Belastingdienst het verzoek terecht had afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de kinderopvangtoeslag over 2009 is afgewezen wegens overschrijding van de wettelijke termijn.