ECLI:NL:RVS:2018:2992
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bewaring vreemdeling wegens onjuiste wettelijke grondslag en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling is op 15 februari 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld op basis van een besluit van de staatssecretaris, dat ook zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond afwees. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling stelde vast dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de bewaring op een juiste wettelijke grondslag was gebaseerd. De bewaring was daarmee vanaf het begin onrechtmatig. Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, werd een bevel tot onmiddellijke vrijlating achterwege gelaten. Wel werd de vreemdeling een schadevergoeding toegekend over de periode van bewaring.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, de bewaring onrechtmatig verklaard en een schadevergoeding toegekend.