ECLI:NL:RVS:2018:2828
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring vreemdeling na afwijzing asielaanvraag en recht op voorlopige voorziening
De zaak betreft hoger beroep tegen uitspraken van de rechtbank over de rechtmatigheid van een maatregel van bewaring opgelegd aan een vreemdeling na afwijzing van zijn asielaanvraag. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie over de uitleg van Europese richtlijnen omtrent het verblijf en de bewaring van asielzoekers in afwachting van rechtsmiddelen.
Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat een verzoek om voorlopige voorziening niet automatisch leidt tot rechtmatig verblijf, maar dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat het recht op een doeltreffende voorziening in rechte wordt geëerbiedigd, waaronder het verbod op bewaring zolang het verzoek loopt. De Afdeling oordeelt dat de maatregel van bewaring van 6 december 2017 onrechtmatig is opgelegd omdat deze niet op de juiste wettelijke grondslag berustte.
De Afdeling verklaart de hoger beroepen gegrond, vernietigt de uitspraken van de rechtbank en kent aan de vreemdeling een schadevergoeding toe over de periode van onrechtmatige bewaring. Tevens worden proceskosten aan de vreemdeling toegekend. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van deze vergoedingen.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is onrechtmatig opgelegd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.