ECLI:NL:RVS:2018:30
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- E. Steendijk
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister inzake openbaarmaking documenten handhavingsmiddel op grond van Wob
Appellant heeft bij brief van 13 januari 2015 een verzoek ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om diverse documenten over het handhavingsmiddel aan de Maasboulevard in Rotterdam openbaar te maken. De minister kwalificeerde dit verzoek onterecht als een verzoek op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) en verstrekte slechts enkele documenten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en paste artikel 6:22 Awb Pro toe, omdat appellant niet in zijn belangen zou zijn geschaad. Zowel appellant als de minister stelden hoger beroep in, waarbij de minister incidenteel hoger beroep voerde tegen de kwalificatie van het verzoek.
De Afdeling oordeelt dat het verzoek terecht als een Wob-verzoek moet worden gekwalificeerd en dat de rechtbank ten onrechte artikel 6:22 Awb Pro toepaste. Er is sprake van benadeling van appellant omdat de Wob een doorzendplicht en beslistermijnen kent die de Wahv niet heeft. Het incidenteel hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard, het hoger beroep van appellant gegrond. Het besluit van 13 augustus 2015 wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de Wob en de daarbij behorende rechtsbeginselen.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen op grond van de Wob.