ECLI:NL:RVS:2018:3481
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- F.C.M.A. Michiels
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over kindgebonden budget en alleenstaande-ouderkop
De Belastingdienst/Toeslagen stelde het kindgebonden budget van de belanghebbende over 2015 en 2017 vast zonder de alleenstaande-ouderkop toe te kennen, omdat zij gehuwd was met haar echtgenoot, die sinds 2011 in het buitenland woont. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de Belastingdienst onvoldoende rekening had gehouden met de belangen van het kind en verklaarde het beroep van de belanghebbende gegrond.
De Raad van State overweegt dat het wettelijke partnerbegrip dwingendrechtelijk is en dat de Belastingdienst geen ruimte heeft voor een belangenafweging. Het feit dat de echtgenoot niet op hetzelfde adres woont, maar niet gescheiden is, sluit niet uit dat hij als partner wordt aangemerkt. Artikel 3 van Pro het IVRK geeft geen direct toepasbare norm die een andere toetsing rechtvaardigt.
De Raad van State benadrukt dat het kindgebonden budget bedoeld is als aanvullende financiële ondersteuning en niet als waarborg van het bestaansminimum. De wetgever heeft de problematiek van duurzaam gescheiden ouders erkend en verwezen naar aanvullende bijstand als oplossing. De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de belanghebbende ongegrond.