ECLI:NL:RVS:2018:3699
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C. Kranenburg
- H. Bolt
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit spoedsluiting avondwinkel wegens onjuiste wettelijke grondslag, rechtsgevolgen blijven in stand
De burgemeester van Rotterdam heeft op 28 oktober 2016 een spoedsluiting van de avondwinkel van appellant bevolen na een geweldsincident waarbij vuur- en slagwapens werden gebruikt. Vervolgens werd de winkel voor drie maanden gesloten. Appellant betwistte de wettelijke grondslag en de proportionaliteit van de maatregelen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de burgemeester ten onrechte de spoedsluiting baseerde op artikel 2.35 van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012, dat niet ziet op acute dreigingen. Wel is de burgemeester bevoegd op grond van artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet om in spoedeisende gevallen op te treden. De Afdeling laat de rechtsgevolgen van de spoedsluiting daarom in stand.
Verder is de sluiting voor drie maanden rechtmatig geacht vanwege het ernstig geweldsincident en de kans op herhaling, mede onder toepassing van het handhavingsarrangement uit de Horecanota Rotterdam 2012-2016. De Afdeling wijst het beroep van appellant af voor zover het de langdurige sluiting betreft. De burgemeester wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot spoedsluiting wordt vernietigd wegens onjuiste grondslag, maar de rechtsgevolgen blijven op grond van de Gemeentewet in stand; de langdurige sluiting van drie maanden is rechtmatig.