ECLI:NL:RVS:2018:3875
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens arbeid zonder tewerkstellingsvergunning ondanks langdurig ingezetenenstatus
De zaak betreft een boete van €12.000 die aan appellant is opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
Appellant voerde aan dat de vreemdeling de status van langdurig ingezetene had volgens Richtlijn 2003/109/EG en dat daardoor geen tewerkstellingsvergunning vereist was. De staatssecretaris stelde dat de Spaanse verblijfsvergunning van de vreemdeling niet voldeed aan de voorwaarden van de richtlijn, omdat de vereiste aanduiding ontbrak.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep bevestigde de Afdeling dat de vreemdeling niet de status van langdurig ingezetene had en dat de boete terecht was opgelegd. Ook oordeelde de Afdeling dat appellant onvoldoende maatregelen had getroffen om overtreding te voorkomen en dat de boete evenredig was, ondanks zijn financiële omstandigheden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De boete van €12.000 wegens het laten verrichten van arbeid zonder geldige tewerkstellingsvergunning wordt bevestigd.