ECLI:NL:RVS:2022:3611
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- E. Helder
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging samenhangende procedures en vergoeding rechtsbijstand in asielzaken
De zaak betreft het hoger beroep van een advocaat tegen besluiten van de raad voor rechtsbijstand over de vaststelling van vergoedingen voor rechtsbijstand bij de asielaanvragen van een moeder en haar meerderjarige dochter. De raad had de vergoedingen voor de afzonderlijke toevoegingen ingetrokken en in samenhang vastgesteld, omdat de procedures naar hun aard verknocht zijn op grond van artikel 11, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr 2000).
De rechtbank had het beroep van de advocaat ongegrond verklaard, stellende dat ondanks afzonderlijke asielmotieven en aparte gesprekken, er een nagenoeg gelijk feitencomplex aan de zaken ten grondslag ligt. De advocaat stelde dat de bijzondere omstandigheden, waaronder strikte vertrouwelijkheid en aparte behandeling vanwege geheimhouding binnen het gezin, onvoldoende waren meegewogen en dat de vergoeding onevenredig was. Ook betoogde hij dat de VA-toeslag tweemaal toegekend had moeten worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de samenhang tussen de procedures voldoende is gegeven door de inhoudelijke overlap in de problematiek en dat het beleid van de raad om bij samenhangende zaken eenmaal de VA-toeslag toe te kennen terecht is toegepast. De afzonderlijke beoordeling door de IND en aparte gehoren maken de zaken niet minder verknocht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de advocaat wordt ongegrond verklaard en de vergoedingen zijn terecht in samenhang vastgesteld.