ECLI:NL:RVS:2018:469
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit beëindiging strijdige bewoning bedrijfsgebouw te Leudal
Het college van burgemeester en wethouders van Leudal heeft op 22 juli 2015 een last onder dwangsom opgelegd aan appellant om de met het bestemmingsplan strijdige bewoning van een bedrijfsgebouw te beëindigen. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit, maar zowel de rechtbank Limburg als de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarden deze beroepen ongegrond.
Appellant voerde onder meer aan dat de bewoning al sinds 1918 plaatsvindt, dat het college op de hoogte was en zelfs huisnummer en inschrijving in de basisregistratie personen had geaccepteerd. De Afdeling oordeelde echter dat hiervoor geen concrete toezeggingen of rechtens te honoreren verwachtingen bestonden en dat het college bevoegd was tot handhavend optreden op grond van het bestemmingsplan en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Daarnaast stelde appellant dat de dwangsom niet in redelijke verhouding stond tot het geschonden belang en dat de begunstigingstermijn te kort was. Ook deze bezwaren werden door de Afdeling verworpen omdat de dwangsom een prikkel moet zijn om naleving te bewerkstelligen en de termijn redelijk was.
De Afdeling concludeert dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die handhaving in de weg staan en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.