ECLI:NL:RVS:2020:1550
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- A.W.M. Bijloos
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake machtiging tot voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 5 december 2016 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. Na een bezwaarprocedure handhaafde de staatssecretaris dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond, vernietigde het besluit van 5 december 2016 en beval de staatssecretaris binnen vier weken de mvv's te verlenen.
De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte zelf in de zaak heeft voorzien door het besluit te herroepen en de verlening van de mvv's op te dragen. Het is primair aan de staatssecretaris om te beslissen over de verlening, waarbij een belangenafweging tussen het familie- of gezinsleven en het Nederlandse toelatingsbeleid moet plaatsvinden.
De Afdeling vernietigde daarom het deel van de uitspraak waarin de rechtbank het besluit herroept en de verlening opdraagt. De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen op het bezwaar, met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het besluit is herroepen en de verlening van de mvv's is opgedragen; de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.