ECLI:NL:RVS:2018:360
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning wegens frauduleuze inkomensinformatie bij gezinshereniging
De vreemdeling had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verkregen op basis van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familielid, waarbij de referent duurzaam over voldoende middelen van bestaan moest beschikken. Na een rapport van de arbeidsinspectie bleek dat het inkomen van de referent vanaf januari 2015 aanzienlijk was gedaald, zonder dat deze wijziging aan de staatssecretaris was doorgegeven.
De staatssecretaris trok de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht in, omdat de vreemdeling en referent de wijziging niet hadden gemeld, wat werd aangemerkt als frauduleus handelen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en de Raad van State bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het achterhouden van de inkomensdaling een bewuste misleiding vormde, wat onder artikel 16, tweede lid, aanhef en onder a, van de Gezinsherenigingsrichtlijn valt. Het beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel faalde omdat fraude het beroep daarop uitsluit. Ook het latere feit dat de referent een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd had, leidde niet tot een ander oordeel omdat de vergunning nooit had mogen worden verleend.
De Raad concludeerde dat de staatssecretaris terecht bevoegd was de vergunning in te trekken en dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank Den Haag bevestigd moest worden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de verblijfsvergunning wegens frauduleus handelen door het niet melden van een inkomensdaling.