ECLI:NL:RVS:2020:1943
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid asielrelaas wegens tegenstrijdige verklaringen en verzwegen verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af vanwege ongeloofwaardigheid van het asielrelaas. De vreemdeling stelde dat hij in Oeganda vervolgd werd vanwege zijn homoseksuele gerichtheid. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de vreemdeling relevante informatie had verzwegen, zoals zijn eerdere relatie met een vrouw en verblijf in Turkije tijdens de periode waarin hij problemen in Oeganda claimde te hebben. Tevens voerde de staatssecretaris aan dat de vreemdeling tegenstrijdige verklaringen gaf over zijn seksuele gerichtheid, aanvankelijk ontkennend en later stellend biseksueel te zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris terecht had geconcludeerd dat de vreemdeling misleidend had gehandeld door relevante informatie achter te houden en tegenstrijdige verklaringen te geven. Ook was de belangenafweging inzake artikel 8 EVRM Pro deugdelijk gemotiveerd, waarbij het belang van de kinderen en het risico op misbruik van verblijfsrecht werden betrokken.
Daarom werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.