ECLI:NL:RVS:2019:1096

Raad van State

Datum uitspraak
9 april 2019
Publicatiedatum
10 april 2019
Zaaknummer
201807550/1/A3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • E. Steendijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:67 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak rechtbank over misbruik van recht door appellant

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 9 april 2019 het hoger beroep behandeld van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 augustus 2018.

De rechtbank had haar beslissing grotendeels gebaseerd op het oordeel dat appellant misbruik van recht had gemaakt. In het hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat dit oordeel onjuist zou zijn, maar de Afdeling ziet geen aanleiding om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen.

De Afdeling verwijst naar eerdere uitspraken van 11 juli 2018 en 5 december 2018 waarin zij eveneens oordeelde dat appellant misbruik van recht had gemaakt in vergelijkbare zaken. Gezien de overeenkomsten in feiten tussen die zaken en de onderhavige zaak, bevestigt de Afdeling het oordeel van de rechtbank.

Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is mondeling gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak.

Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het oordeel van de rechtbank dat appellant misbruik van recht heeft gemaakt.

Uitspraak

201807550/1/A3.
Datum uitspraak: 9 april 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Rhoon, gemeente Albrandswaard,
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) van 1 augustus 2018 in zaak nr. 17/4542 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Albrandswaard.
Openbare zitting gehouden op 9 april 2019 om 10.30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E. Steendijk    voorzitter
griffier: mr. W.J.C. Robben
Verschenen:
Het college, vertegenwoordigd door mr. A.G.M. Ostojic-Hanssen.
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 1 augustus 2018, verzonden op 1 augustus 2018, van de rechtbank.
De Afdeling
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Daartoe overweegt zij het volgende.
1.    De rechtbank heeft haar beslissingen in de aangevallen uitspraak grotendeels gebaseerd op het oordeel dat [appellant] misbruik van recht heeft gemaakt. Hetgeen [appellant] in hoger beroep naar voren brengt, biedt geen aanleiding om de aangevallen uitspraak onjuist te achten. Hierbij is van belang dat de Afdeling in de uitspraken van 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2290, ECLI:NL:RVS:2018:2291 en ECLI:NL:RVS:2018:2345, en 5 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3960 en ECLI:NL:RVS:2018:3961, heeft geoordeeld dat [appellant] in de desbetreffende zaken misbruik van recht heeft gemaakt. De feiten in die zaken zijn vergelijkbaar met de feiten in de thans voorliggende zaak.
2.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
w.g. Steendijk    w.g. Robben
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
610.