ECLI:NL:RVS:2019:1312
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J.E.M. Polak
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging stopzetting voorschotten kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs betaling gastouderbureau
Appellant maakte in 2016 gebruik van kinderopvang via twee gastouderbureaus en ontving daarvoor voorschotten kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst stopzette de uitbetaling van de voorschotten over 2016 vanwege twijfel over de rechtsgeldigheid van de overeenkomst en de betaling van de kosten bij het tweede gastouderbureau.
De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst met het tweede gastouderbureau niet voldeed aan de wettelijke vereisten en dat appellant niet had aangetoond dat zij alle kosten volledig had betaald. Appellant stelde in hoger beroep dat de voorwaarden van het eerste gastouderbureau ook voor het tweede golden en dat zij voldoende bewijs had geleverd van opvanguren en betaling.
De Raad van State overwoog dat de overeenkomst met het tweede gastouderbureau niet aan de formele eisen voldeed en dat het aan appellant was om aan te tonen dat de kosten volledig waren betaald. Uit de stukken bleek dat slechts een deel van de kosten was voldaan. Daarom was de stopzetting van de voorschotten terecht en werd het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De stopzetting van de voorschotten kinderopvangtoeslag over 2016 voor opvang via gastouderbureau 2 wordt bevestigd omdat niet is aangetoond dat alle kosten volledig zijn betaald.