ECLI:NL:RVS:2019:134
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag door staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 23 oktober 2018 de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht de rechtsvraag of het wetsdecreet van de Italiaanse autoriteiten van 24 september 2018 ertoe leidt dat de staatssecretaris ten onrechte het interstatelijk vertrouwensbeginsel toepast ten aanzien van Italië. De Afdeling volgde de eerdere uitspraak van 19 december 2018 en oordeelde dat de grief slaagt.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H. Troostwijk op 17 januari 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.