ECLI:NL:RBDHA:2019:3152
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië onder Dublinverordening ondanks betwisting tekortkomingen opvang
De rechtbank Den Haag heeft op 28 maart 2019 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin een Iraakse asielzoeker beroep instelde tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De asielzoeker voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië niet meer kan worden toegepast vanwege structurele tekortkomingen in de opvangvoorzieningen en asielprocedure, en dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had verricht. Tevens stelde hij dat zijn medische en psychische kwetsbaarheden aanvullende garanties vereisten.
De rechtbank overwoog dat de door de asielzoeker ingebrachte nieuwe informatie onvoldoende was om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te weerleggen. Ook werd geoordeeld dat de staatssecretaris niet tekort was geschoten in zijn onderzoeksplicht. Ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden werd vastgesteld dat de asielzoeker weliswaar een lichamelijke handicap heeft, maar dat dit geen aanvullende garanties noodzakelijk maakt. De rechtbank concludeerde dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling is genomen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Italië verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.