Eiser heeft op grond van de Wet open overheid (Woo) verzocht om openbaarmaking van alle communicatie tussen PVV-bewindspersonen, hun politieke assistenten en leden van de PVV-fractie vanaf 2 juli 2024 tot heden. Verweerder wees het verzoek af omdat het te algemeen was en deels partijpolitieke informatie zou betreffen.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek te algemeen is geformuleerd omdat geen specifieke aangelegenheid is genoemd, waardoor het verzoek een onbegrensd aantal onderwerpen omvat. Verweerder heeft onvoldoende inspanningen verricht om eiser te helpen het verzoek te preciseren, wat een verplichting is onder de Woo.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het verzoek adequaat moet worden beoordeeld. Tevens moet verweerder het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden.