ECLI:NL:RVS:2019:173
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende objectieve aanwijzingen
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Appellant stelde dat hij op 1 december 2015 zonder aanleiding was mishandeld, waarbij hij letsel aan zijn rechterarm en nek opliep. De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wees de aanvraag af wegens onvoldoende objectieve informatie om het geweldsmisdrijf aannemelijk te maken.
De rechtbank had deze afwijzing bevestigd, waarbij werd overwogen dat de verklaring van appellant onvoldoende werd ondersteund door objectieve aanwijzingen en dat er sprake leek van een langdurig conflict tussen appellant en de verdachte. Appellant voerde in hoger beroep aan dat getuigenverklaringen en medische stukken het geweldsmisdrijf en het ontbreken van aanleiding bevestigen, en dat het geweld mogelijk gepland was.
De Raad van State oordeelde dat de CSG terecht de verklaring van de getuige, die niet onafhankelijk was, buiten beschouwing liet en dat medische informatie niet kan worden gebruikt om de toedracht van het geweld aan te tonen. Ook werd het bericht op een website als niet-verifieerbaar beschouwd. De Raad concludeerde dat de CSG terecht oordeelde dat onvoldoende objectieve aanwijzingen aanwezig zijn om het geweldsmisdrijf aannemelijk te maken en dat het hoger beroep ongegrond is.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de uitkering door de CSG is bevestigd.