ECLI:NL:RVS:2018:3543
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende aannemelijkheid geweldsmisdrijf
Appellante heeft op 16 augustus 2013 verklaard slachtoffer te zijn geworden van een geweldsmisdrijf waarbij zij door haar ex-partner van een balkon is geduwd. De zaak is geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wees haar aanvraag om een uitkering af omdat zij niet aannemelijk maakte dat het geweldsmisdrijf opzettelijk was gepleegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De beoordeling van de CSG is gebaseerd op de beleidsbundel waarin is bepaald dat een geweldsmisdrijf aannemelijk moet worden gemaakt met objectieve aanwijzingen naast de eigen verklaring. Appellante kon dit niet, mede omdat zij eerst verklaarde dat het een ongeluk was en pas later aangifte deed.
De enkele verklaring van een achterbuurvrouw en het onwaarschijnlijke karakter van een val van het balkon zijn onvoldoende om het opzettelijke karakter aan te tonen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de uitkering.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de uitkering omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt slachtoffer te zijn van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf.