Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 november 2024 in de zaak tussen
[naam eiser] h.o.d.n. [naam horecagelegenheid] , uit [plaats] , eiser
[naam overheidsinstantie] , de minister
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Beoordeling door de rechtbank
Daarvan is kort gezegd sprake als door één gedraging twee of meer voorschriften worden overtreden die naar hun strekking zodanig nauw samenhangen dat in wezen slechts één overtreding plaatsvindt (vgl. art. 55, eerste lid, WvSr
).” [9] In dit geval doet een dergelijke situatie zich niet voor, omdat sprake is van de situatie dat één bepaling, het verbod van kinderarbeid [10] , meerdere keren wordt overtreden. Ook de gedraging bij de overtreding van de rusttijden [11] staat los van de gedragingen bij de overtredingen van het verbod van kinderarbeid. Van een voortgezette handeling is op grond van artikel 56, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht sprake als “meerdere feiten, ofschoon elk op zichzelf misdrijf of overtreding opleverende, in zodanig verband [staan] dat zij moeten worden beschouwd als één voortgezette handeling, dan wordt slechts één strafbepaling toegepast, bij verschil die waarbij de zwaarste hoofdstraf is gesteld.”. Het gaat er om of de verschillende bewezen verklaarde, elkaar in de tijd opvolgende gedragingen ook met betrekking tot het wilsbesluit zo nauw met elkaar samenhangen dat de verdachte daarvan één verwijt wordt gemaakt. Een dergelijke situatie doet zich in dit geval niet voor, omdat geen sprake was van één ongeoorloofd wilsbesluit maar van meerdere wilsbesluiten. De overtredingen zijn immers op verschillende dagen met betrekking tot verschillende kinderen begaan. Eiser heeft op elk van de 35 momenten steeds opnieuw besloten om een kind maaltijden te laten bezorgen en had op elk van deze momenten anders kunnen besluiten. De minister heeft daarom bij de bepaling van de hoogte van de boete uit mogen gaan van 35 overtredingen van kinderarbeid.