ECLI:NL:RVS:2019:2305
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Beoordeling termijnoverschrijding aanvraag machtiging voorlopig verblijf bij nareis gezinshereniging
De staatssecretaris wees de aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af wegens overschrijding van de wettelijk gestelde termijn van drie maanden. De rechtbank oordeelde dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege omstandigheden bij Vluchtelingenwerk Nederland en onvoldoende motivering door de staatssecretaris. De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de verantwoordelijkheid voor tijdige indiening bij de vreemdeling lag en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
De Raad van State bevestigde dat fouten van gemachtigden zoals Vluchtelingenwerk Nederland in principe niet leiden tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Ook omstandigheden zoals korte verblijfsduur en taalbarrière rechtvaardigen geen afwijking van deze regel. De Gezinsherenigingsrichtlijn staat afwijzing wegens termijnoverschrijding niet in de weg, mits de vreemdeling adequaat wordt geïnformeerd over de consequenties en mogelijkheden voor een reguliere aanvraag.
De Afdeling constateerde dat de staatssecretaris de vreemdeling niet heeft geïnformeerd over de gevolgen van de afwijzing en de mogelijkheid tot een reguliere aanvraag, waardoor het besluit op dat punt een gebrek vertoonde. De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbeterde motivering en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbetering van de motivering.