ECLI:NL:RVS:2019:2367
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens termijnoverschrijding
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), die door de staatssecretaris op 21 januari 2016 werd afgewezen wegens het niet verschoonbaar overschrijden van de indieningstermijn. De staatssecretaris handhaafde dit besluit bij bezwaar op 28 september 2016. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond op 19 januari 2017. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, dat op 7 november 2018 antwoord gaf. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris niet verplicht is een inhoudelijke beoordeling te maken van een te laat ingediende mvv-aanvraag, mits de termijnoverschrijding niet objectief verschoonbaar is en de vreemdeling volledig is geïnformeerd over de gevolgen en de te nemen maatregelen.
De Afdeling constateerde dat de staatssecretaris in zijn besluiten niet had geïnformeerd over de mogelijkheid om alsnog een mvv aan te vragen met het oog op gezinshereniging op grond van een verblijfsvergunning regulier. Hierdoor kleefde een gebrek aan het besluit van 28 september 2016. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 28 september 2016, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de mvv-aanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende informatieverstrekking, met in stand blijvende rechtsgevolgen.