ECLI:NL:RVS:2019:2371
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet in behandeling nemen asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 18 december 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 januari 2019 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep werd onder meer geklaagd over de digitale ondertekening en de openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling verwijst naar eerdere uitspraken waarin deze klachten zijn behandeld en acht deze klachten terecht voorgedragen, maar niet voldoende voor vernietiging van de uitspraak.
De overige grieven leiden ook niet tot vernietiging van de uitspraak, mede omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin. Het hoger beroep wordt dan ook kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.