ECLI:NL:RVS:2019:2379
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en proceskostenvergoeding
Bij besluit van 8 november 2018 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep door de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling behandelde onder meer klachten over de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank. Deze klachten werden als terecht erkend, maar leidden niet tot vernietiging van de uitspraak omdat de griffier de ondertekening bevestigde en de tekst identiek was aan het digitale dossier. Andere grieven werden niet inhoudelijk gemotiveerd omdat zij geen belang hadden voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uiteindelijk verklaarde de Afdeling het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 512,00.