ECLI:NL:RVS:2019:2428
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen kostenverhaal bestuursdwang bij onjuist aanbieden afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 19 juni 2018 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos die onjuist was aangeboden naast een inzamelvoorziening te verwijderen. De kosten hiervan, €126,00, werden aan appellant toegerekend. Appellant maakte bezwaar tegen het kostenverhaal en stelde dat de containers onvoldoende werden geleegd, waardoor het onredelijk was om hem de kosten toe te rekenen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het enkele feit dat een container vol is, appellant niet ontslaat van zijn verplichting om afval op juiste wijze aan te bieden. Ook is niet gebleken dat appellant geen verwijt kan worden gemaakt. Het college heeft bovendien voldoende gespecificeerd dat de kosten niet alleen bestaan uit het verwijderen van het afval, maar ook uit onderzoek en administratieve afhandeling.
De bezwaren van appellant tegen de kostenberekening worden verworpen, en het beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 17 juli 2019.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het kostenverhaal bestuursdwang is ongegrond verklaard.