ECLI:NL:RVS:2019:2559
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
In deze bestuursrechtelijke zaak vordert de curator in het faillissement van een bedrijf een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de procedure rondom het besluit tot schorsing van het Air Operator Certificate en de exploitatievergunning. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heropende het onderzoek na eerdere uitspraak om een nadere beslissing te nemen over de gevorderde vergoeding.
De redelijke termijn, die volgens het overgangsrecht maximaal vijf jaar bedraagt, werd overschreden met ruim 2 jaar en 4 maanden. De overschrijding deed zich vooral voor in de bezwaarfase, waar het bestuursorgaan de behandelingstermijn onvoldoende bewaakte. De minister stelde dat de appellant zelf schuld had aan de vertraging door het late indienen van de bezwaargronden, maar dit werd door de Afdeling verworpen omdat het bestuursorgaan geen tijdige termijn had gesteld.
De Afdeling verdeelde de overschrijding naar rato tussen de minister en de Staat. Op basis van een forfaitair bedrag per half jaar werd een schadevergoeding van € 2.500 toegekend, waarvan € 2.243,59 voor rekening van de minister en € 256,41 voor de Staat. Daarnaast werden proceskosten toegekend aan de curator, te betalen door beide partijen. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling.
Uitkomst: De redelijke termijn is overschreden en de minister en de Staat worden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 2.500 aan de curator.