ECLI:NL:RVS:2019:2658
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over opheffing vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
Bij besluit van 31 juli 2018 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank heeft op 14 augustus 2018 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, de bewaring met ingang van die dag opgeheven en schadevergoeding toegekend.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht tevens om schadevergoeding. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de klacht over de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak als terecht erkend, maar deze gebreken leidden niet tot vernietiging van de uitspraak.
De Afdeling oordeelde dat zij niet bevoegd is te beslissen over het feitelijke voortduren van de bewaring na het bevel tot opheffing door de rechtbank, omdat dit een aangelegenheid is die via bezwaar bij de staatssecretaris moet worden behandeld.
Het hoger beroep is kennelijk ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00 aan de vreemdeling.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.