ECLI:NL:RVS:2019:2664
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in vreemdelingenbewaring: onrechtmatigheid wegens ontbreken verzwaarde belangenafweging
De vreemdeling werd op 30 januari 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de staatssecretaris een verzwaarde belangenafweging had gemaakt en dat deze kenbaar was in de voortgangsrapportage. Uit de rapportage bleek dat deze afweging pas na de inbewaringstelling was gemaakt, waardoor het besluit onrechtmatig was. De klacht over de digitale ondertekening van de uitspraak werd wel gegrond bevonden, maar leidde niet tot vernietiging.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. Omdat de vrijheidsontnemende maatregel inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. De vreemdeling kreeg recht op een schadevergoeding en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot inbewaringstelling wordt onrechtmatig bevonden en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.