ECLI:NL:RVS:2017:2044
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vreemdelingenbewaring wegens ontbreken verzwaarde belangenafweging
De vreemdeling werd op 2 mei 2017 in vreemdelingenbewaring gesteld na een aaneengesloten periode van bewaring en strafrechtelijke detentie. Omdat deze periode langer dan zes maanden was, diende de staatssecretaris een verzwaarde belangenafweging te maken.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen de inbewaringstelling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. In hoger beroep klaagde de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de verzwaarde belangenafweging uit het besluit bleek, terwijl dit niet kenbaar en toetsbaar was gemaakt.
De Raad van State oordeelde dat uit de enkele vermelding van de voorafgaande vrijheidsbeneming en verklaringen van de vreemdeling niet kon worden afgeleid dat de staatssecretaris de verzwaarde belangenafweging had verricht. Hierdoor was de inbewaringstelling onrechtmatig. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en een vergoeding toegekend over de periode van 2 mei tot 1 juni 2017. Tevens werden proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot vreemdelingenbewaring vernietigd en een schadevergoeding toegekend.