ECLI:NL:RVS:2019:2888
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunningverlening ligplaats voor bedrijfsvaartuig Hollands Glorie tot 1 januari 2020
Rederij Lovers heeft een ligplaatsvergunning aangevraagd voor het bedrijfsvaartuig Hollands Glorie in de Westkom van het Open Havenfront te Amsterdam. Het college verleende een vergunning tot 1 januari 2020, waarna nieuw beleid zou worden geïmplementeerd. Rederij Lovers stelde dat de vergunning onterecht als schaarse vergunning werd aangemerkt en dat deze voor onbepaalde tijd had moeten worden verleend.
De rechtbank oordeelde dat sprake is van fysieke schaarste en dat de vergunning daarom terecht voor bepaalde tijd is verleend. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en wijst erop dat het Instellingsbesluit van 1996 een plafond stelt aan het aantal ligplaatsvergunningen. De ligplaatsvergunning betreft een economische activiteit, waardoor tijdelijke vergunningverlening passend is.
Het college mocht de vergunning beperken tot 1 januari 2020 in verband met het voorgenomen nieuwe beleid om a-locaties vrij te maken en opnieuw te verdelen. De Afdeling acht dit beleid voldoende concreet en redelijk. Het beroep van Rederij Lovers wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de ligplaatsvergunning terecht voor bepaalde tijd is verleend tot 1 januari 2020.