ECLI:NL:RBDHA:2020:4395
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens status in Griekenland
Eiseres, van Syrische nationaliteit, diende op 11 februari 2020 een asielaanvraag in, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk werd verklaard omdat zij internationale bescherming geniet in Griekenland. Dit besluit is gebaseerd op gegevens uit Eurodac, die een zodanige band met Griekenland aantonen dat het redelijk is dat eiseres daarheen terugkeert.
Eiseres betwist dat zij internationale bescherming in Griekenland heeft en stelt dat zij nooit een verblijfsvergunning heeft ontvangen. Zij voert aan dat de situatie in Griekenland voor statushouders problematisch is en dat zij als alleenstaande vrouw met kinderen bijzonder kwetsbaar is. Tevens stelt zij dat de belangen van haar kinderen onvoldoende zijn meegewogen.
De rechtbank oordeelt dat de informatie uit Eurodac actueel en betrouwbaar is en dat de staatssecretaris terecht is uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De omstandigheden in Griekenland zijn niet zodanig dat eiseres niet geacht kan worden haar rechten daar te effectueren. Ook is onvoldoende gebleken van bijzondere kwetsbaarheid of een reëel risico op schending van fundamentele rechten.
De belangen van de kinderen worden niet anders beoordeeld omdat zij in Syrië verblijven en eiseres als alleenstaande vrouw wordt aangemerkt. De coronamaatregelen vormen een tijdelijk beletsel, maar doen niets af aan de rechtmatigheid van het besluit. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat eiseres internationale bescherming geniet in Griekenland.