ECLI:NL:RVS:2019:2928
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens illegale tewerkstelling vreemdeling zonder vergunning
De minister legde op 30 december 2016 een boete van €8.000 op aan appellant wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De vreemdeling had werkzaamheden verricht bij meerdere bedrijven zonder tewerkstellingsvergunning. De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling als zelfstandige werkte, wat een uitzondering op het verbod vormt.
De rechtbank oordeelde dat de vreemdeling niet als zelfstandige werkte, mede gelet op de gezagsverhouding, het ontbreken van investeringen en eigen materiaal, en het feit dat de vreemdeling geen hoger uurtarief ontving dan andere uitzendkrachten. Appellant voerde aan dat de vreemdeling zijn werk zelfstandig indeelde en verwees naar verklaringen en administratieve documenten, maar deze werden niet overtuigend bevonden.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de werkzaamheden niet als zelfstandige arbeid konden worden aangemerkt. Ook het beroep op de voorgenomen wetswijziging van de Wet DBA en het rechtszekerheidsbeginsel faalde, omdat deze wijziging primair fiscaal is en nog niet van kracht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd.
Uitkomst: De boete van €8.000 wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning wordt bevestigd.